Nieuws

Archief
Dood hout leeft!

In een gezond en ontwikkeld bos zijn zowel jongere als oudere delen te vinden. Variatie is leeftijdsopbouw van een bos levert een schat aan verschillende soorten op. De ontwikkeling van oud bos met dode bomen kost echter veel tijd, al kunnen beheermaatregelen wel zorgen dat bomen sneller afsterven. Deze dode bomen vormen een belangrijk microbiotoop voor vele soorten, zoals kevers, vliegen of paddenstoelen. Het Edese bos is een ouder bos met diverse jongere percelen. In dit artikel wordt kort ingegaan op het oudere gedeelte. Het Edese bos is een oud bos, sterker nog: het is één van de oudste bossen in Nederland. Al rond 1400 werd het Edesche bos vermeld in een leenbrief van huize Kernhem (Bosbeheerplan gemeente Ede). De opbouw met onder andere uniek wintereiken-beukenbos en een oude beukenlaan langs de Edese heide bieden kanzen voor doodhoutfauna. Op 16 februari werden enkele dode beuken onderzocht op doodhout-fauna. Naast overwinterende bladpootrandwantsen, vele miljoenpoten en pissebedden werden ook diverse keversoorten aangetroffen. Veel kevers ontwikkelen als larve in dode bomen. Daarnaast is er een groep kevers die als larve ontwikkelen op paddenstoelen welke afhankelijk zijn van dood hout. Onder de keversoorten die werden aangetroffen bevonden zich maar liefst twee nieuwe soorten voor de provincie Gelderland: Symbiotes gibberosus en Triplax aenea. De soorten werden op twee verschillende beuken onder loszittende schors aangetroffen. Dankzij het bosbeheer in het Edese bos, waar diverse dode, staande bomen blijven staan, ontstaat een geschikt bos voor vele bijzondere soorten. Dankzij verhoogde inspanningen om de biodiversiteit in het Edese bos in kaart te brengen werden deze soorten dan ook daadwerkelijk gevonden. Ondanks deze mooie vondsten is er ongetwijfeld ook nog veel over het hoofd gezien. Een aansprekend voorbeeld is de prachtige Viervlekschimmelvreter (Endomychus coccineus) welke in het jaar voor aanvang van het inventarisatieproject in het Edese bos werd aangetroffen, maar sindsdien niet meer is gevonden. Twee nieuwe kevers voor de Gelderlandse fauna, links: Symbiotes gibberosus, rechts: Triplax aenea . Leadfoto: een overwinterende groep viervlekschimmelkevers (Mycetophagus quadripustulatus) onder de schors van een dode beuk.
Gepubliceerd op: 21 February 2019

Plannen voor de laatste twee jaar

Met nog een kleine twee jaar te gaan staat de teller inmiddels op 1446 soorten. Hoewel dit al een mooi aantal is weten we ook dat er nog veel soorten bij kunnen komen, een totaallijst met 2000 soorten zou zeker haalbaar moeten zijn. Echter wordt het wel steeds lastiger om nieuwe soorten te vinden, en zijn vooral groepen waar kennis over ontbreekt nog duidelijk ondervertegenwoordigd. De soortgroepen met de meeste soorten zijn de nachtvlinders en de paddenstoelen. De nachtvlinders springen er duidelijk uit met 457 soorten, dankzij de grote inzet op het regelmatig inplannen van nachtvlindernachten. Tijdens veel van deze nachten zijn ook wantsen en cicaden verzameld, waardoor deze groep de derde plek inneemt met 125 soorten. De paddenstoelen (220 soorten) zitten hier tussenin, dit aantal is te danken aan de grote hulp van expert Michel Beeckman die diverse malen naar het Edese bos is afgereisd om te helpen bij het inventariseren en determineren. Een strakke planning voor de laatste twee jaar is er niet. Ongetwijfeld zal er weer regelmatig genachtvlinderd worden, waardoor een totaal van ruim 500 nachtvlinders zeker mogelijk moet zijn. Daarnaast zullen groepen als de kevers, wantsen & cicaden, paddenstoelen en de vliegen nog voor de nodige aanvullingen op de soortenlijst gaan zorgen. Voor enkele relatief kleine soortgroepen, zoals de zoogdieren, planten en reptielen & amfibieën worden niet veel meer nieuwe soorten verwacht. Naast het zoeken naar willekeurige nieuwe soorten zal er ook de komende jaren weer gericht worden gezocht naar specifieke soorten waarvan het voorkomen in het Edese bos te verwachten is. Een voorbeeld is Alebra viridis, een cicade welke nog niet officieel uit Nederland is gemeld, maar in 2018 zeer waarschijnlijk hier op licht is gevangen. In het komende seizoen zal de waardplant, wintereik, gericht worden bemonsterd om het voorkomen van deze soort in Nederland te bevestigen. Daarnaast worden bladeren en twijgen afgezocht naar rupsen en minerenende of galvormende soorten. Al met al is er nog genoeg te ontdekken in het Edese bos! Leadfoto: een larve van de bladwesp Craesus septentrionalis op ruwe berk.
Gepubliceerd op: 08 February 2019

Extra aandacht voor wantsen in 2017 en 2018

Zoals al eerder vermeld zal er in de komende twee jaar extra aandacht worden besteed aan de inventarisatie van wantsen. Dit gebeurt in het kader van een landelijke wantsenproject. Het huidige aantal soorten, 31, is aan de lage kant voor een gemengd loof- naaldbos, er worden dan ook nog enkele tientallen nieuwe soorten verwacht. Hoewel het huidige aantal soorten nog wat aan de lage kant is, valt er al wel iets te zeggen over de soorten die al zijn aangetroffen. Wanneer we kijken naar de verhouding van aquatische/terrestrische soorten zien we een scheve verdeling: 1/30. Dit valt gemakkelijk te verklaren door de afwezigheid van (permanente) watertjes in het Edese bos. De enige aquatische soort die is aangetroffen betreft een Poelschaatsenrijder, een oppervlaktewants dus. Mogelijk worden er in de komende jaren nog enkele aquatische soorten gevangen gedurende nachtvlindernachten, het betreft hier dan vaak migrerende Duikerwantsen (Corixidae) en/of Bootsmannetjes (Notonectidae). Hoewel van de meeste families nog geen totaalbeeld is gevormd, zullen er binnen de familie van de Kielwantsen (Acanthosomatidae) vermoedelijk geen nieuwe soorten worden aangetroffen. Van de 7 in Nederland voorkomende soorten zijn 4 soorten aangetroffen in het Edese bos. Het betreft hier de algemene Berkenkielwants, Gewone kielwants en Meidoornkielwants, en de zeldzame Bosbeskielwants. Twee andere soorten uit deze familie komen in de directe omgeving van het Edese bos voor, de Jeneverbeskielwants en de Veenkielwants. Aangezien er geen Jeneverbes in het bos groeit is de kans klein dat de Jeneverbeskielwants in het bos opduikt. De Veenkielwants is een vrij schaarse soort welke voornamelijk wordt aangetroffen op de zandgronden, het behoort tot de mogelijkheden dat deze soort ook in het Edese bos wordt aangetroffen. Twee van de aangetroffen wantsensoorten zijn het vermelden waard, het betreft hier de Bosbeskielwants en de Pijpenstrootjecapsus. Beide soorten zijn zeldzaam en kennen slechts een beperkte verspreiding in Nederland. De Bosbeskielwants leeft op Blauwe bosbes en is driemaal aangetroffen in het oostelijke (hogere) deel van het Edese bos. Landelijk gezien is het Edese bos een van de meest westelijke vindplaatsen van deze soort. De Pijpenstrootjecapsus is een minder opvallende verschijning en leeft op Pijpenstrootje. Deze wants is twee maal aangetroffen, maar is vermoedelijk overal te vinden in de buurt van Pijpenstrootje. De verspreiding van de Pijpenstrootjecapsus in Nederland beperkt zich voornamelijk tot Oost-Nederland.  Naar verwachting komen er zo'n 40 wantsensoorten in het Edese bos voor die nog niet zijn gevonden. Veelal gaat het hier om soorten die op bomen leven of juist voornamelijk in de strooisellaag te vinden zijn. Zowel bomen als strooisellaag zijn nog onderbemonsterd en hier valt dus ongetwijfeld nog veel te ontdekken. 
Gepubliceerd op: 05 May 2017

Nieuwsbrief 2016 en update 2017

Na de nodige vertraging op te hebben gelopen is de nieuwsbrief van 2016 eindelijk klaar. In het bos begint inmiddels duidelijk te worden dat de lente eraan komt, steeds meer soorten vliegen en kruipen rond door het bos en bezoeken de eerste bloemen. In de afgelopen weken zijn diverse bezoeken gebracht aan het Edese bos met als doel de vroegste soorten te vinden voordat deze alweer verdwenen zijn. Een nachtvlindernacht leverde 14 soorten nachtvlinders op en enkele dagbezoeken waren vooral goed voor nieuwe spinnen en korstmossen. Hoewel er vorig jaar al veel aandacht is besteed aan spinnen en andere geleedpotigen zijn er dit jaar al weer diverse soorten bijgekomen. De nieuwsbrief is hieronder te downloaden als pdf. Naast een artikel over de eerste spinnendag in de zomer van 2016 zijn er diverse andere artikeltjes te lezen. Daarnaast zijn éénmalig soortenlijsten opgenomen van alle gevonden soorten tot 1 januari 2017. Download de nieuwsbrief hier.
Gepubliceerd op: 21 March 2017

Eerste resultaten 2017

In de eerste maand van 2017 is het Edese bos slechts enkele keren kort bezocht. In totaal hebben deze bezoekjes 24 nieuwe soorten opgeleverd. Achter de schermen wordt er echter ook gewerkt aan een nieuwsbrief, plannen voor de komende jaren en worden er lijsten opgesteld met soorten waar in de komende jaren naar zal worden gezocht. De 24 nieuwe soorten bevatten weinig bijzondere vondsten. De landelijk gezien redelijk zeldzame Groefaardkruiper (Strigamia acuminata), een duizendpoot, is op de hogere zandgronden een te verwachten soort. Het zeldzame korstmos Gewoon schriftmos (Graphis scripta) dat op enkele Beuken is aangetroffen, is al eens eerder gevonden in het Edese bos. Geleedpotigen zijn, voor deze koude maand, opvallend goed vertegenwoordigd in het lijstje met nieuwe soorten. Dankzij het kloppen van groenblijvende bomen werden er enkele nieuwe cicaden, wantsen, kevers, vliegen, een nieuwe nachtvlinder en een nieuwe mier genoteerd. Plannen voor de komende jaren worden vermeld in de nieuwsbrief die binnenkort zal verschijnen. Enkele soortgroepen waar extra aandacht naar uit zal gaan zijn de nachtvlinders, wantsen, cicaden, planten, mossen en korstmossen. De wantsen worden geïnventariseerd in het kader van een landelijk atlasproject. Voor het inventariseren van nachtvlinders zullen dit jaar geen lichtvallen worden geplaats, maar enkel worden gewerkt met een lakenopstelling. Vanaf dit jaar zal er extra aandacht uitgaan naar de 'vreemde' gasten op deze lakenopstelling, dit kunnen bijvoorbeeld kevers, wantsen of cicaden zijn die ook op licht afkomen.
Gepubliceerd op: 31 January 2017

Laatste bezoek en resultaten van 2016

Afgelopen zaterdag, 24 december, is een laatste bezoek gebracht aan het Edese bos, voor dit jaar. In deze tijd van het jaar zijn geleedpotigen vaak lastig te vinden, vele soorten overwinteren als ei, en de soorten die als adult overwinteren weten zich over het algemeen goed te verstoppen. Vanwege de vrij hoge temperaturen is er toch gezocht naar geleedpotigen, voornamelijk in de wintergroene bomen, waar insecten soms in overwinteren. Dit leverde al met al 5 nieuwe soorten op voor het Edese bos, deze worden hier onder kort behandeld. De Korstmosrenspin (Philodromus margaritatus) is een zeldzame spin die voornamelijk op en rond de Nederlandse heuvelruggen wordt aangetroffen. De soort heeft, zoals zijn naam al doet vermoeden, een voorkeur voor bomen die begroeid zijn met korstmossen, maar hij is hier niet van afhankelijk. Ongetwijfeld de leukste vondst van de dag betrof de vlieg Pachycerina pulchra. Het betreft de tweede vondst voor Nederland, nadat hij in 2015 voor het eerst in Nederland is aangetroffen, slechts 4 kilometer verderop, op de Ginkelse heide. Deze soort is winter-actief, wat maar weer laat zien dat jaarrond moet worden geïnventariseerd voor een zo compleet mogelijk beeld van de aanwezige flora en fauna in het Edese bos. Opnieuw uit een groenblijvende boom, werd de Duizendknoopbladvlo (Aphalara polygoni) verzameld. Deze soort overwinterd als imago. In de zomer is hij het makkelijkst te vinden door te zoeken naar gallen (vergroeiingen) op Duizendknoop. Empoasca vitis is een zeer algemene cicade in Nederland. Tussen de vele Empoasca's werd één zekere E. vitis aangetroffen. De rest van het materiaal is niet te determineren, of moet nog gecontroleerd worden. In dezelfde bomenrij als de bovenstaande soorten werd ook de cicade Zygina flammigera vrij massaal aangetroffen. Soorten uit dit genus zijn vaak lastig te determineren, door de grote variatie van de tekening binnen een soort, en de geringe verschillen in genitaliën bij de mannetjes. Alle verzamelde exemplaren bleken vrouwtjes en slechts bij één exemplaren kon met zekerheid worden vastgesteld dat het Z. flammigera betrof. De rest behoort vermoedelijk tot dezelfde soort, maar is genoteerd als Zygina sp. Resultaten 2016: Bijna aan het eind van het eerste inventarisatie-jaar kan worden teruggeblikt op een mooi jaar met veel leuke en enkele verrassende waarnemingen. In totaal werden maar liefst 809 soorten aangetroffen. De grootste soortgroep zijn de nachtvlinders en micro's, dankzij enkele nachtvlindernachten, rupsenvondsten en losse waarnemingen zijn er 216 soorten vastgesteld in het Edese bos. Dit aantal zal de komende jaren zeker nog verder groeien. Vele andere soortgroepen zijn zeker nog onderbelicht, en hiervan zijn nog vele honderden soorten aan te treffen! Soortgroepen waar nog veel uit te halen valt zijn bijvoorbeeld de Coleoptera (kevers) of de Diptera (vliegen en muggen). Soortgroepen waar volgend jaar extra aandacht aan zal worden besteedt zijn onder andere de Hemiptera (wantsen/cicaden), korstmossen en opnieuw de nachtvlinders. Daarnaast willen wij verder met het inventariseren van de spinnen (50 soorten) en paddenstoelen (150 soorten), waar dit jaar, met dank aan enkele experts, een mooi begin mee is gemaakt. Tot slot willen wij de beheerders van het Edese bos bedanken voor het mogelijk maken van deze inventarisatie!
Gepubliceerd op: 27 December 2016

Herfst

Het is weer herfst, een seizoen met nieuwe soorten. Hierbij wordt voornamelijk gedacht aan de paddenstoelen, die in de komende weken dan ook nog goed onder de loep zullen worden genomen. Echter zijn er meer soortgroepen waarvan enkele of meer soorten alleen in de herfst te vinden zijn. Denk hierbij onder andere aan nachtvlinders, vliegen en bladwespen. Wat de paddenstoelen betreft, deze zijn zeker nog niet goed genoeg bekeken. Momenteel zijn er 64 soorten aangetroffen, maar dit zullen er in de komende weken zeker meer worden! Daarover dus later meer. Nachtvlinders (de best bekeken soortgroep!) zijn nog steeds actief, al kiezen ze wel de warmste nachten uit om rond te vliegen. Momenteel wordt er niet meer met nachtvlindervallen of lichtopstellingen gewerkt, maar het gebouwtje van Vitens biedt een mooie uitkomst. 's Nachts branden de lampen rond dit huisje, hier komen de nachtvlinders op af, die landen vervolgens op de muren. Door overdag deze muren te checken zijn er drie nieuwe soorten aangetroffen: Grote wintervlinder, geelbruine herfstuil en de meidoornuil. Ook de herfstspanner vliegt momenteel veel rond in het Edese bos. Bladwespen zijn er nog maar weinig te vinden. Er is slechts één genus dat in deze tijd nog vliegt het genus Apethymus. Uit dit genus is in de afgelopen weken één soort aangetroffen, namelijk Apethymus cereus. Deze, vermoedelijk vrij algemene, soort is nog niet officieel voor Nederland gepubliceerd, aangezien de soort pas recent is afgesplitst van een gelijkende soort: Apethymus filiformis. Het aangetroffen exemplaar betrof een vrouwtje, gesleept uit Grote brandnetel. Momenteel zijn er 698 soorten vastgesteld in het Edese bos: http://waarneming.nl/user/profile/120035
Gepubliceerd op: 29 October 2016

Stofluizen

Vanochtend het bos ingegaan met het idee een aantal stofluizen te verzamelen. Tot vandaag stonden er welgeteld 0 soorten op de lijst, terwijl stofluizen overal voor komen en makkelijk te vinden zijn. Op 5 verschillende punten zijn in totaal 56 stofluizen verzameld om thuis onder de microscoop te determineren. Speciale aandacht ging uit naar soorten uit het genus Ectopsocus, hiervan is nog maar één soort officieel gemeld in Nederland, namelijk Ectopsocus briggsi, een soort die zeer algemeen blijkt te zijn in het bos. Echter zijn er in Nederland ook al waarnemingen gedaan van Ectopsocus petersi, en er zijn meer soorten te verwachten in Nederland. De verschillen tussen de soorten zijn echter zeer klein, en dus zijn er zo veel mogelijk exemplaren verzameld. Helaas bleek het materiaal van vanochtend allemaal te gaan om de soort Ectopsocus briggsi. Vanmiddag bleek echter wel succesvol! Na vele langvleugelige stofluizen te hebben gevangen (E. briggsi is altijd langvleugelig, E. petersi kan ook kortvleugelig zijn) zat er plotseling een kortvleugelige soort in het net! Na controle thuis blijkt het inderdaad om E. petersi te gaan, de aanhouder wint! Maar terug naar de overige stofluizen, de 56 stofluizen bleken verdeeld te zijn over 6 verschillende soorten. De meest algemene soort bleek Valenzuela flavidus, deze was op alle vanglocaties aanwezig met in totaal maar liefst 35 exemplaren! Verder werden Enderleinella obsoleta (6), Stenopsocus immaculatus (8), Ectopsocus briggsi (6+), Ectopsocus petersi (1) en Peripsocus phaeopterus (1) gevangen. Andere nieuwe soorten die vandaag zijn aangetroffen zijn: Berkenzwam - Piptoporus betulinus, Koperwiek - Turdus iliacus, Keep - Fringilla montifringilla, Vuurgoudhaan - Regulus ignicapilla, Plaatjesgalwesp - Neuroterus albipes, Beukenhaargalmug - Hartigiola annulipes, Satijnen knoopjesgalwesp - Neuroterus numismalis en Orchestes hortorum.
Gepubliceerd op: 13 October 2016

Kijkje in de resultaten!

Het heeft even mogen duren, maar hierbij weer een update over de inventarisatie in het Edese bos. Na 2 juli zijn er 324 nieuwe soorten gevonden in het bos, waarmee de soortenlijst voor nu op 561 soorten komt. In de tussentijd is er enkele keren genachtvlinderd en zijn regelmatig twee nachtvlindervallen in het bos geplaatst. Dit heeft ervoor gezorgd dat de nachtvlinders met 197 soorten de grootste soortgroep is voor nu. 13 juli is er een spinnendag gehouden in het bos. Met ruim tien man zijn zoveel mogelijk spinnen verzameld, een deel wacht nog op determinatie en de soorten zijn nog niet meegenomen in het hierboven genoemde aantal soorten. Verwacht wordt dat het aantal soorten net boven de 50 soorten uit zal komen. Een van de bijzondere aangetroffen soorten is de zeldzame Grote nachtwolfspin. De tweede soort nachtwolfspin (Trochosa) in het bos, in Nederland komen vier soorten voor. Een andere aangetroffen zeldzaamheid is de Gemarmerde galgspin. Diezelfde avond is er ook genachtvlinderd, hier verschenen onder andere de prachtige vuursteenvlinder op het doek (zie foto). De bladwesp Stromboceros delicatulus is een soort die afhankelijk is van Adelaarsvaren, een plant die verspreid door het bos op veel plaatsen groeit. Op 8 juni werd een bladwesplarve op Adelaarsvaren aangetroffen waarvan werd vermoed dat het om Stromboceros delicatulus ging, dit werd bevestigd door Ad Mol. Deze soort is waarschijnlijk niet zeldzaam, maar wordt zelden gezien door zijn verborgen levenswijze. In de nacht van 13 op 14 juli is er genachtvlinderd in de omgeving waar de larve is gevonden. Bij het legen van één van de twee geplaatste vlindervallen bleken tot onze verrassing maar liefst twee imago's in de val te zitten, een erg mooi bladwespje. Gezien het gemak waarmee elk bezoek weer nieuwe soorten worden gevonden valt er nog veel te ontdekken. Bent u geïnteresseerd om een keer mee te gaan tijdens een bezoek aan het bos? Stuur gerust een berichtje!
Gepubliceerd op: 08 August 2016