Laatste bezoek en resultaten van 2016

Afgelopen zaterdag, 24 december, is een laatste bezoek gebracht aan het Edese bos, voor dit jaar. In deze tijd van het jaar zijn geleedpotigen vaak lastig te vinden, vele soorten overwinteren als ei, en de soorten die als adult overwinteren weten zich over het algemeen goed te verstoppen. Vanwege de vrij hoge temperaturen is er toch gezocht naar geleedpotigen, voornamelijk in de wintergroene bomen, waar insecten soms in overwinteren. Dit leverde al met al 5 nieuwe soorten op voor het Edese bos, deze worden hier onder kort behandeld.

De Korstmosrenspin (Philodromus margaritatus) is een zeldzame spin die voornamelijk op en rond de Nederlandse heuvelruggen wordt aangetroffen. De soort heeft, zoals zijn naam al doet vermoeden, een voorkeur voor bomen die begroeid zijn met korstmossen, maar hij is hier niet van afhankelijk.

Ongetwijfeld de leukste vondst van de dag betrof de vlieg Pachycerina pulchra. Het betreft de tweede vondst voor Nederland, nadat hij in 2015 voor het eerst in Nederland is aangetroffen, slechts 4 kilometer verderop, op de Ginkelse heide. Deze soort is winter-actief, wat maar weer laat zien dat jaarrond moet worden geïnventariseerd voor een zo compleet mogelijk beeld van de aanwezige flora en fauna in het Edese bos.

Opnieuw uit een groenblijvende boom, werd de Duizendknoopbladvlo (Aphalara polygoni) verzameld. Deze soort overwinterd als imago. In de zomer is hij het makkelijkst te vinden door te zoeken naar gallen (vergroeiingen) op Duizendknoop.

Empoasca vitis is een zeer algemene cicade in Nederland. Tussen de vele Empoasca's werd één zekere E. vitis aangetroffen. De rest van het materiaal is niet te determineren, of moet nog gecontroleerd worden.

In dezelfde bomenrij als de bovenstaande soorten werd ook de cicade Zygina flammigera vrij massaal aangetroffen. Soorten uit dit genus zijn vaak lastig te determineren, door de grote variatie van de tekening binnen een soort, en de geringe verschillen in genitaliën bij de mannetjes. Alle verzamelde exemplaren bleken vrouwtjes en slechts bij één exemplaren kon met zekerheid worden vastgesteld dat het Z. flammigera betrof. De rest behoort vermoedelijk tot dezelfde soort, maar is genoteerd als Zygina sp.

Resultaten 2016:
Bijna aan het eind van het eerste inventarisatie-jaar kan worden teruggeblikt op een mooi jaar met veel leuke en enkele verrassende waarnemingen. In totaal werden maar liefst 809 soorten aangetroffen. De grootste soortgroep zijn de nachtvlinders en micro's, dankzij enkele nachtvlindernachten, rupsenvondsten en losse waarnemingen zijn er 216 soorten vastgesteld in het Edese bos. Dit aantal zal de komende jaren zeker nog verder groeien. Vele andere soortgroepen zijn zeker nog onderbelicht, en hiervan zijn nog vele honderden soorten aan te treffen! Soortgroepen waar nog veel uit te halen valt zijn bijvoorbeeld de Coleoptera (kevers) of de Diptera (vliegen en muggen).

Soortgroepen waar volgend jaar extra aandacht aan zal worden besteedt zijn onder andere de Hemiptera (wantsen/cicaden), korstmossen en opnieuw de nachtvlinders. Daarnaast willen wij verder met het inventariseren van de spinnen (50 soorten) en paddenstoelen (150 soorten), waar dit jaar, met dank aan enkele experts, een mooi begin mee is gemaakt.

Tot slot willen wij de beheerders van het Edese bos bedanken voor het mogelijk maken van deze inventarisatie!